IABR

The Future is Back!

Decennia geleden sloeg de bouwevolutie rechtsaf. Het nieuwe pad gaf antwoorden op een snelle bevolkingsgroei, nieuw verworven bouwtechnieken en was vooral zuinig in de portemonnee. Het pad was breed en de ontwikkelingen gingen snel. Tunnelbouw, prefab-bouw het kon niet snel genoeg. De bouwkosten per m² daalden en daalden in tegenstelling tot de huizenprijzen die schoten omhoog.

Toen we vanaf het begin van het nieuwe millennium ons heel langzaam bewust werden van een verandering in het klimaat door menselijk toe doen begon duurzaamheid een rol van betekenis te spelen in de bouw. Met de bestaande bouwtechnieken en bouwmaterialen vulde men het aspect duurzaamheid in. Er werd gekeken naar de technische specificaties van een gebouw. Warmteverlies werd aangepakt met nog meer isolatie, energie vretende techniek moest vervangen worden. We kregen een spaarlamp en daarna de ledlamp, een hoog rendement verwarmingsketel moest er komen, om nu weer vervangen te worden door een nog hogere rendementsketel.

Kortom duurzaamheid betekende in het begin vooral zuinig omspringen met fossiele brandstoffen. Maar langzaam drong het in de bouwwereld door dat duurzaamheid verder gaat. Het zijn niet alleen de fossiele brandstoffen waar we zuinig mee om moesten springen, maar meer en meer werd er in de reguliere bouw ook gekeken naar duurzame bouwmaterialen. Het duurzaam produceren van hout producten leidde tot een fsc-keurmerk en in een kort tijdsbestek vlogen de keurmerken je om de oren. Maar wat bleek het kon nog duurzamer. Niet alleen het product moest duurzaam zijn, maar ook de wijze van produceren.

William McDonough en Michael Braungart kwamen begin 2000 met het begrip Cradle to Cradle (C2C). Ieder onderdeel van het proces, vanaf de productie, vervoer en het verwerken van het bouwproduct moest duurzaam verantwoord kunnen worden. Ook hiervoor kwamen weer kwalificatiesystemen en zo ontstond langzaam het inzicht dat het produceren van bouwmaterialen eigenlijk een gesloten systeem zou moeten zijn. Was het nog mogelijk om binnen het C2C systeem te upcyclen, je maakt van een bierfles een hanglamp, in het geval van biobased materialen wordt hier niet direct naar gekeken.

Bij een biobased materiaal is de cyclus zelf gesloten. Het materiaal duurzaam onttrokken uit de natuur wordt aan het einde van z’n leven teruggegeven aan diezelfde natuur, die er op zijn beurt weer bruikbare materialen van maakt. Kort gezegd, je neemt een plaat zachtboard (op basis van houtpulp) die gebonden werd met lijmstoffen gemaakt op basis van boomhars. Als het materiaal aan het einde van z’n bruikbare leven is zou je theoretisch de plaat in het bos kunnen gooien en het valt als compost uitéén.

Nu deze manier van kijken naar bouwmaterialen steeds meer terrein wint beklijft bij mij het idee dat we ergens rechtsaf zijn geslagen, terwijl rechtdoor het juist pad was.

Veel bouwmaterialen die we 100 jaar geleden nog gebruikten zijn biobased. Leem, kalkstuc, zachtboard en vlas als isolatiemateriaal, rondhout of massief hout en strobouw voor de wanden, linoleum of gietvloeren op basis van natuurlijke oliën en houtmeel voor de vloer en verfsoorten op basis van lijnolie en glasgel. Het zijn enkele voorbeelden van materialen die we vroeger gebruikten, maar nu ook biobased blijken te zijn. Maar niet alleen is de cyclus gesloten, ze zijn beter bestand tegen vocht en schimmels, ademen beter en geven een aangenaam binnenklimaat op basis van luchtvochtigheid en akoestiek. Nu het rechte pad weer in het zicht is, is het zaak deze opnieuw (her)ontdekte bouwmaterialen op een grotere schaal toe te gaan passen, om te laten zien dat deze materialen uitstekend geschikt zijn in de huidige moderniteit, “The Next Economy” of

“The Future is Back!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *